★★★½
folk(rock)
Monsters of Folk is een zogenaamde ‘supergroep’. Mensen verwachten van supergroepen altijd dat ze drie keer zo goed werk leveren als de leden bij hun eigen bands. Dat zou dus betekenen dat het debuut van Monsters of Folk drie keer zo goed moet zijn als My Morning Jacket (Jim James), Bright Eyes (Conor Oberst) en M. Ward. Zo redeneer ik niet. Iedereen verdient een eerlijke kans. Het zou dus oneerlijk zijn om de lat voor supergroepen hoger te leggen. Niet alleen oneerlijk voor de groep, maar ook jammer voor jezelf als luisteraar. Het wordt namelijk moeilijker te genieten van iets waarvoor je de lat hoger hebt gelegd. Het eigen werk van de bandleden is duidelijk te herkennen in de nummers. Zo is Ahead of the Curve duidelijk een Conor Oberst-liedje en is Slow Down Jo zonder twijfel van M. Ward. Het is dan ook niet heel anders dan hun solowerk. M. Ward speelt weer op dezelfde gitaar als altijd. Maar om te spreken van een verzamelplaat met nieuw werk van elk van het drietal apart, gaat te ver. Er zijn, zo lijkt het tenminste, ook nummers samen geschreven, zoals de mooie opener Dear God (Sincerely M.O.F.). En ook opvallend: in Temazcal overheerst de gitaar van Ward, maar horen we Oberst zingen. Uitmuntend zangwerk van alledrie, waarbij Jim James het meeste opvalt met zijn prachtig heldere en hoge keelstem. Monsters of Folk klinkt vol en soms zelfs christelijk groots. Kan komen doordat de drie allemaal een prominente rol willen spelen met hun gitaar. Maar ook de samenzang helpt daarbij. Dat gitaarspel is overigens perfect. Er wordt niet zozeer gespeeld met virtuositeit, maar wel met gevoel, en daar draait het om. Oh ja, nu vergeet ik eigenlijk een vierde Monster: Mike Mogis. De Multi-instrumentalist bespeelt een aanzienlijk deel van de instrumenten op de plaat en is ook nog eens de producer. Maar bij Monsters of Folk draait het toch echt om Jim James, Conor Oberst en M. Ward. Ze zijn samen niet drie keer zo sterk als solo, maar fans van de mannen die dat niet eisen, zullen aan deze samenwerking veel plezier beleven.