Buiten sneeuwt het en toch staan naast de dorpskroeg een aantal mensen een sigaret te roken. Rokers die zich door niets of niemand laten afschrikken. Ze hadden ook binnen kunnen blijven en rustig een biertje kunnen drinken op een warme barkruk. Maar dat is voor deze liefhebbers van de betere sigaret onmogelijk. Een van de rokers kijkt er cool bij. Die haast nonchalante blik verandert als hij plots wordt aangestoten. Zijn sigaret valt uit zijn mond in de sneeuw en opgewonden schreeuwt hij de man na die hem aanstootte. Die trekt zich daar niets van aan. Hij lijkt het zelfs niet eens te horen en blijft recht vooruitkijken. Met grote passen stapt hij de volle kroeg binnen. Als de deur achter de man dichtvalt, wordt het in één klap doodstil, op het geluid van een uiteen spattend bierglas na dat er langer over doet om op de grond te vallen dan de volledige kroeg om vanuit een groot rumoer in een keer stil te worden. Angstige blikken in de ogen van de dorpelingen. Vanuit het niets begint een vrouw met een hoofddoek keihard te huilen. Een gekrijs dat door merg en been gaat. De geur van kippenvel is nu duidelijk ruikbaar in de oude kroeg. Het laat de zojuist binnengekomen man koud. Die loopt in alle kalmte naar de bar, om daar een warm glas rozenwater te bestellen. De dorpelingen kijken elkaar aan. Hier gaat iets goed mis. Zij denken allen hetzelfde: Willem Stoter, waar ben je als we je nodig hebben? Over Willem Stoter werd bij zijn geboortewieg gezegd dat zijn leven in het teken zou staan van het redden van mensen. Maar zoals eigenlijk altijd was Willem niet ter plekke bij een levensbedreigende situatie. Hij zat waarschijnlijk thuis te Twitteren over vreugdeolie op zijn met rozenbotteljam besmeurde personal computer. Hij was er wéér niet. De man aan de bar zakt ondertussen weg in een diep gepeins. Dit is het begin van het einde.
haha De geur van kippenvel is nu duidelijk ruikbaar in de oude kroeg. Fijn. Uitgaansverhaal?