Yaman, 10-04-2010, Bullshit Party nr 7, De Groote Weiver, Wormerveer
Punk. Het affiche noemt een genre. Er staan verder zeven relatief onbekende namen op, dus zo gek is het niet dat een poging gewaagd wordt om duidelijk te maken wat er vanavond te verwachten valt. Het affiche is blijkbaar serieus genomen, gezien een paar hanenkammen in De Groote Weiver. En toch krijg je het idee dat ze niet echt weten waar ze op af gekomen zijn. Punk is een subcultuur van een uitstervend ras. Symbool daarvoor staat, op een vermeend punkavondje, de eerste band die aan mag treden: Yaman. Geen reggae, ook al doet de naam dat vermoeden. Maar nog interessanter is dat het ook geen punk is. En dat zorgt voor twijfel in het zaaltje. De punkers zien verbaasd toe hoe Yaman een stevig rockshowtje neerzet. Stiekem vragen zij zich af: mag ik dit wel goed vinden?
Yaman is nog maar een jonge band. Ze bestaan nu zo’n twee jaar en deden hooguit twee handen vol optredens. Ze hebben nog maar één eigen nummer (Speechless red.), maar die klinkt al zo lekker dat je direct meer wilt. Voorlopig moeten we het verder doen met covers. Maar wel covers die in een heel eigen jasje worden gestoken. Opvallend is vooral de Beatles-cover Helter Skelter. Gruizig en zwaar, The Beatles meet grunge. Zanger Nick Kreuger (niet te verwarren met Chad Kroeger van Nickelback) haalt niet altijd de hoge noten, en de covers van bijvoorbeeld The Stooges (I Wanna Be Your Dog) en Nirvana (Breed e.a.) liggen hem dan ook beter. Toch tovert Helter Skelter, mede vanwege een jam tussendoor en achtergrondgilletjes van gitarist Jordy van der Horst, een glimlach op de gezichten in de zaal.
Dat het niet uitmaakt wat voor muziek je maakt als je goed bent, blijkt wel uit de reactie van de hanenkammen. Soms, als er even niemand kijkt, beginnen een paar hoofdjes mee te knikken. Dit is toch wel erg lekker, zie je ze denken. Zo gaat dat met kwaliteit, dan maakt het niet uit wat voor muziek je maakt.
De grootste winst die Yaman geboekt heeft, is dat ze meer als een eenheid klinken. Waar voorheen drummer Remco Brinkkemper nog wel eens te snel ging, loopt dat nu allemaal als een geijkt uurwerk. Brinkkemper zorgt voor de harde doffe klappen, Van der Horst voor het vieze gitaarspel, en bassist Kreuger maakt het met zijn enigszins zeurderige zang en solide spel compleet. Deze band is compleet met drie man. Nu willen wij (een ‘wij’ waartoe misschien ook wel de hanenkammen behoren) meer eigen nummers horen. Het zou zonde zijn als het bij dat ene nummer blijft, want voor deze band ligt (ondanks dat ze het op originele wijze doen) meer in het verschiet dan het spelen van covers.