Toen de bewoners van de Zaanse Schans het nieuwe beleidsplan van gemeente Zaanstad onder ogen kregen, was het schrikken. De belangrijkste doelstelling van het plan: het vergroten van de toeristische aantrekkingskracht. ‘Nu heeft de Zaanse Schans een bepaalde stijl en klasse en je moet oppassen dat het niet wordt verpest.’
Bernhard Groot (68) staat al voor het raam als ik mijn fiets wegzet. Hij woont op de Kalverringdijk, de entree van de Zaanse Schans. Het is, zoals de naam al doet vermoeden, een iets hoger gelegen pad, waar vroeger rijke Zaankanters woonden. Zij hadden het geld om hun voeten droog te houden. Bernhard woont op nummer 9, een huis dat twee eeuwen geleden aan de Oostzijde van Zaandam als winkelhuis van bakkerij De Beschuitmand fungeerde. Maar dit bakkershuisje is te klein voor een mens van deze tijd, en dus is er een ander pand uit Zaandam tegenaan geplakt om het woonbaar te maken.
Ik word begroet door twee vrolijke Border Collies. Ze begeleiden me naar de achterdeur, waar Bernhard mij ontvangt. Ik kende hem eigenlijk alleen nog van stem, aangezien ik hem een paar dagen eerder had gebeld met de vraag of hij mij een rondleiding over de Zaanse Schans wilde geven. Dat wilde Bernhard wel, aangezien hij toch niet zoveel om handen heeft als gepensioneerde. Ik had wel al een beetje een beeld bij hoe Bernhard eruit zou zien en dat werd nu min of meer bevestigd. Een grijze naturelsnor vormt het centrum van een serieus en vriendelijk gezicht.
We drinken koffie in een lichte kamer met zicht op De Zaan, een waterloop die door de hele Zaanstreek voert. Bernhard wijst naar de overkant van De Zaan, waar nog meer oude Zaanse huisjes staan. ‘In dat huis bij die blauwe boot woonde ik vroeger.’ De eerste twintig jaar van zijn leven woonde hij daar, aan de Lagedijk. Eenmaal weg uit de Zaanstreek, begon Bernhard het te missen. Zestien jaar geleden keerde hij terug en hij zal niet weer vertrekken. Dit is zijn thuis.
Bernhard steekt een sigaar op en we lopen de kou in. Het is hooguit een paar graden boven het vriespunt en afgelopen nacht werden de slootjes voorzien van een dun laagje ijs. De winter komt er weer aan, dus het is rustig op de Zaanse Schans. Een paar honderd jaar geleden zou een dag als deze niet fijn zijn voor de bewoners, vanwege de slechte isolatie en enkelglas ramen in de huizen. Een Zaankanter kon zich dan warm houden door hard te werken, in een molen bijvoorbeeld, maar ook dat leek er op een nagenoeg windstille dag als deze niet in te zitten. Gelukkig had je altijd warme voeten, want katholiek of protestants, iedereen droeg klompen.
Bernhard, en meer bewoners, zijn het niet eens met de plannen die gemeente Zaanstad heeft met de Zaanse Schans. Simpel gezegd houdt het plan in dat de Zaanse Schans nog meer toeristen moet gaan trekken dan het al doet. Dat zijn er op dit moment al ongeveer een miljoen per jaar. De gemeente wil nóg meer toeristen lokken met bijvoorbeeld bed & breakfast in een van de authentieke huisjes en een speeltuin. ‘De vraag is of de Zaanse Schans de toekomstige toestroom van toeristen wel aan kan’, vertelt Bernhard. ‘Daar is nooit onderzoek naar gedaan.’
Maar dat is niet Bernhard’s grootste zorg. Hij is vooral bang dat er replica’s worden neergezet op de Zaanse Schans, iets waar de gemeente geen problemen mee heeft. ‘Dat heeft niets meer met het oorspronkelijke idee van de Zaanse Schans te maken. Het is bedoeld om de Zaanse houtbouw te bewaren voor het nageslacht, niet om toeristen naar Nederland te halen. Nu heeft het een bepaalde stijl en klasse en je moet oppassen dat het niet wordt verpest.’
Gepassioneerd laat de nog altijd zeer vitale Bernhard mij de schoonheid van de schans zien. Deurkalven, overtuinen en smuigers, ik raak er van onder de indruk. Ik begin te begrijpen wat Bernhard bedoelt. De schoonheid van de Zaanse Schans schuilt in zijn echtheid, zijn authenticiteit, en in de verhalen die erachter schuilen. Replica’s lijken op het eerste gezicht misschien hetzelfde, maar er is een groot verschil met de authentieke gebouwen: ze dragen geen verhaal met zich mee. De geloofwaardigheid van de Zaanse Schans zou voor mij afnemen met de komst van replica’s.
Op een stukje dijk, dat een goed uitzicht biedt op houtzaagmolens De Gekroonde Poelenburg en Het Jonge Schaap, verfmolen De Kat en oliemolens De Zoeker en de Bonte Hen, staat een groepje Chinezen. Eén voor één gaan ze breed lachend, soms een kreet slakend, op de foto. Als je op de Zaanse Schans bent, dan ontkom je niet aan Aziaten. Waar dat een paar jaar geleden nog vooral Japanners waren, zijn dat nu meestal Chinezen en in steeds grotere mate ook Koreanen. Ze zijn een belangrijke bron van inkomsten voor de ondernemers op de Zaanse Schans.
En waar geld is, daar zijn altijd wel een paar handige ondernemers te vinden. Ik loop met Bernhard naar binnen bij De Saense Lelie, waar onder meer een Delftsblauw pottenbakkerij is. Nog niet zo heel lang zit er ook een juwelier. Bernhard maakt de juwelier duidelijk dat hij dat maar niks vindt. ‘Jammer. Ik gun jullie wel een goede boterham hoor, maar dit heeft met de Zaanse industrie heel weinig te maken.’ De juwelier is het daarmee eens, maar aan de glimlach op zijn gezicht te zien kan het hem ook weinig schelen.
Commerciële activiteiten hou je niet tegen op een toeristische trekpleister als de Zaanse Schans. Maar nu dreigt ook de Zaanse Schans zelf er onder te gaan lijden. We lopen over een Jisperbruggetje, een smal ophaalbruggetje. De gemeente overweegt het bruggetje breder te maken, om het voor toeristen makkelijker begaanbaar te maken. Wederom draait het om de toeristen, de commercie, en dus niet om het verleden. Ironisch, want vlak na het bruggetje komen we een bankje tegen met daarop de veelzeggende tekst: ‘Wie het verleden niet eert is de toekomst niet weerd’.
We lopen over het Zonnewijzerspad, een buurtje met huisjes waar minder bedeelden woonden. Bernhard wijst naar het dak van een huisje, waar een sierlijke, uit hout gesneden piek op staat. Bernhard vertelt dat deze ‘makelaars’ ooit de verbinding tussen het aardse en het hemelse vormden voor de bewoners.
Er zijn mensen die gewoon geld willen verdienen aan de Zaanse Schans, zoals de juwelier. De gemeente wil ook geld verdienen, maar in het beleidsplan staan gelukkig nog wel een paar regels over het ‘duurzaam behoud van identiteit en cultuurhistorisch erfgoed Zaanse Schans’. De vraag is of die woorden in de toekomst de realiteit niet tegen gaan spreken, want niet iedereen is even smoor op de Zaanse Schans als Bernhard.
‘Ik hou van de Zaanse Schans vanwege de schitterende huizen en de prachtige dijk- en wegstructuur’, spreekt Bernhard vanuit zijn hart. ‘Je ziet er echt nog het jaar 1750 in terug. Dat raken we kwijt als de gemeente hier glijbanen en klimtuinen aan gaat leggen.’
Wat gaat winnen? De kracht van de authenticiteit en de romantiek van de oude Zaanstreek, of toch gewoon de commercie? Bernhard vreest dat op lange termijn dat laatste de overhand gaat krijgen. In dat geval valt de Zaanse Schans misschien alleen nog te redden door een makelaar die de goden waarschuwt. Maar zo ver is het nog niet, zolang er romantici als Bernhard bestaan.





een erg goed stuk!
complimenten
Dankje Frank, jij levert ook goed werk.
Dag Bernard,
Leuk om je weer tegen te komen in het digitale tijdperk.
Marcel Melis